ECLI:NL:PHR:2011:BQ6723
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging tenlastelegging van diefstal naar oplichting bij benzinetankincident
Verdachte werd aanvankelijk beschuldigd van diefstal van giraal geld met gebruik van valse sleutels. Tijdens het hoger beroep werd door de advocaat-generaal gevorderd de tenlastelegging te wijzigen naar oplichting, waarbij verdachte zich voordeed als werknemer van een bedrijf en benzine tankte met een tankpas van dat bedrijf zonder daartoe gerechtigd te zijn.
De raadsman van verdachte voerde bezwaren aan tegen deze wijziging, onder meer dat deze te laat was ingediend en dat de strekking van de delictsomschrijvingen wezenlijk verschilde, wat strijd zou opleveren met artikel 68 Sv Pro. Het hof wees deze bezwaren af en stond de wijziging toe.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet verplicht was om uitgebreid te motiveren en dat de wijziging toelaatbaar is omdat de delictsomschrijvingen qua juridische aard niet wezenlijk verschillen en beide gericht zijn op vermogensbescherming met dezelfde strafmaxima. Tevens is sprake van een feitelijk en temporeel samenhangend gedragingcomplex.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de wijziging van de tenlastelegging niet in strijd is met de procesrechtelijke regels, waarmee de veroordeling wegens oplichting standhoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van de wijziging van de tenlastelegging.