ECLI:NL:HR:2011:BQ6723
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat motiveringsplicht art. 359 lid 2 Sv niet geldt voor wijziging tenlastelegging
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor diefstal van giraal geld en alternatieve tenlasteleggingen waaronder oplichting met gebruik van een vals tankpasje. Tijdens het hoger beroep verzocht de Advocaat-Generaal de tenlastelegging te wijzigen. De raadsman van de verdachte betoogde dat deze wijziging te laat kwam en dat de wijziging strijdig was met art. 68 Sv Pro vanwege wezenlijk verschillende delictsomschrijvingen.
Het hof wees deze bezwaren af en stond de wijziging toe zonder nadere motivering. De verdachte stelde cassatie in en klaagde dat het hof zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad overwoog dat het motiveringsvoorschrift van art. 359 lid 2 Sv Pro niet van toepassing is op beslissingen tot wijziging van de tenlastelegging, omdat deze niet onder de reikwijdte van art. 359 Sv Pro vallen.
Daarmee faalde het middel en verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep. De uitspraak bevestigt de rechtspraak dat het hof geen motiveringsplicht heeft bij het toestaan van een wijziging van de tenlastelegging, ook als de verdediging daartegen bezwaar maakt. Dit arrest is van belang voor de procespraktijk omtrent wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof de wijziging van de tenlastelegging niet hoeft te motiveren.