ECLI:NL:PHR:2011:BQ3781
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over noodweerexces bij poging zware mishandeling in Nijmegen
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor poging tot zware mishandeling na een incident op 26 september 2006 in Nijmegen waarbij hij het slachtoffer meerdere malen trapte terwijl deze weerloos op de grond lag. Verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat het slachtoffer eerst een vriend van hem aanviel en hij zich verdedigde.
Het hof achtte bewezen dat verdachte het slachtoffer mishandelde en verwierp het verweer van noodweerexces zonder hier gemotiveerd op in te gaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof op grond van art. 358 lid 3 Sv Pro uitdrukkelijk en gemotiveerd op dit verweer had moeten beslissen, wat niet was gebeurd.
De Hoge Raad bevestigde dat de feitenrechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het waarderen van verklaringen, maar dat een verweer als noodweerexces apart en gemotiveerd moet worden behandeld. Omdat het hof dit naliet, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling.
De zaak betreft een belangrijke toepassing van strafprocesrechtelijke waarborgen bij het toetsen van strafuitsluitingsgronden zoals noodweerexces en benadrukt de noodzaak van een gemotiveerde beslissing door de feitenrechter.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.