ECLI:NL:PHR:2011:BQ1987
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest verduistering in dienstbetrekking wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke toe-eigening
De verdachte werd door het hof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens verduistering van een bedrijfsauto en bijbehorende goederen die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Het hof achtte bewezen dat de verdachte de bedrijfsauto, gereedschapskist, sleutel en afstandsbediening wederrechtelijk had toegeëigend.
De verdachte had de auto op vrijdag 8 augustus 2008 meegenomen en verscheen op maandag 11 augustus niet op zijn werk. Hij werd op dinsdag 12 augustus aangehouden als bestuurder van de auto. De verdachte verklaarde dat hij de mobiele telefoon had verkocht en dat er sprake was van diefstal door een derde van de gereedschapskist, maar deze verklaringen werden door het hof niet geloofd.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte zich de goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend in de zin van art. 321 Sr Pro. Het enkel niet teruggeven van goederen na een afgesproken moment is niet voldoende voor wederrechtelijke toe-eigening. De intentie om de auto voor zichzelf te houden is niet aannemelijk gemaakt.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel slaagt en het arrest van het hof vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke toe-eigening en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.