ECLI:NL:HR:2009:BJ2723
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wederrechtelijke toe-eigening identiteitskaart wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond de wederrechtelijke toe-eigening van een identiteitskaart centraal, die verdachte tussen juni 2002 en september 2004 in bezit had. Het hof Amsterdam had bewezen verklaard dat verdachte zich de identiteitskaart, die toebehoorde aan een ander, wederrechtelijk had toegeëigend.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van het slachtoffer, politieprocessen-verbaal met vondst van de kaart in het bezit van verdachte, en de eigen verklaringen van verdachte dat hij de kaart had gevonden en niet direct aan de politie had overgedragen. Het hof concludeerde dat verdachte de kaart niet naar de politie wilde brengen en zich deze dus wederrechtelijk had toegeëigend.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat verdachte zich de identiteitskaart als heer en meester heeft toegeëigend, zoals vereist volgens artikel 321 Sr Pro. De bewezenverklaring was daarom niet naar de eis der wet voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke toe-eigening.