ECLI:NL:PHR:2011:BQ0048
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen voorbereiden bewerken heroïne en cocaïne met versnijdingsmiddelen
Op 13 juni 2007 werd verdachte samen met een mededader aangehouden op Schiphol met circa 20 kilogram versnijdingsmiddelen, waaronder poedermengsels van paracetamol, cafeïne en fenacetine, bestemd voor het voorbereiden van het bewerken van heroïne en cocaïne. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte wist van de bestemming van deze stoffen en veroordeelde hem tot 10 maanden gevangenisstraf.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van opsporingsambtenaren, laboratoriumrapporten, en verklaringen van verdachte zelf. Het hof achtte de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en concludeerde dat verdachte en zijn mededader op de hoogte waren van de inhoud en bestemming van de bagage. Ook werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uit de wetenschap van de inhoud van de bagage volgt dat verdachte ook wist van de bestemming van de versnijdingsmiddelen. De motivering over de geloofwaardigheid van de verklaringen richtte zich op het bezit, niet op de bestemming. Daarnaast was de motivering over het opzet (voorwaardelijk opzet) onjuist. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.