ECLI:NL:PHR:2011:BP3747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling diefstal met bedreiging met geweld met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor diefstal met bedreiging met geweld, gepleegd op 12 maart 2006 in Geldrop. De feiten betroffen het bedreigen van een taxichauffeur met een vermeend vuurwapen en het wegnemen van ongeveer €175,- uit diens portemonnee. De verdachte stapte in de taxi, bedreigde het slachtoffer met een zogenaamd Baretta 9 mm pistool en eiste geld.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat de verklaring van het slachtoffer niet door ander bewijs werd ondersteund en dat de verdachte geen wapen of geld bij zich had bij aanhouding. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vond in andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte zelf en het relaas van een verbalisant.
De Hoge Raad bevestigde dat het bewijs niet uitsluitend op één getuige mocht steunen zonder steunbewijs, maar dat in deze zaak aan die eis was voldaan. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de bedreiging met geweld in de zin van artikel 312 Sr Pro terecht was aangenomen gezien de dreigende situatie en omstandigheden.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden in de cassatiefase, wat rechtvaardigt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafmaat betreft en beperkte zich tot vermindering van de gevangenisstraf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De veroordeling voor diefstal met bedreiging met geweld wordt bevestigd, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.