ECLI:NL:PHR:2011:BO9982
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen van gewoontewitwassen met valselijke facturen en stortingen
Verzoekster werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeeld wegens medeplegen van gewoontewitwassen. Zij zou tussen mei 2006 en november 2007 meerdere stortingen en betalingen hebben ontvangen, waarvan zij wist dat het geld afkomstig was van valsheid in geschrifte. Het bewijs bestond uit verklaringen van medeverdachte, proces-verbalen, en eigen verklaringen van verzoekster.
De feiten betroffen het opmaken en indienen van valse facturen en bestelbonnen namens bedrijven waarvan medeverdachte directeur was, en het ontvangen van geldbedragen en cheques, waaronder een cheque voor de aankoop van een auto. Verzoekster ontkende betrokkenheid bij het vals opmaken van documenten en betwistte dat zij wist van de valsheid.
De verdediging stelde dat de bewezenverklaring uitsluitend was gebaseerd op de verklaringen van medeverdachte, die tegenstrijdig waren en ter terechtzitting zijn herroepen. Het Hof oordeelde echter dat de verklaringen van medeverdachte en verzoekster elkaar ondersteunden en voldoende betrouwbaar waren, en wees het verweer af.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het Hof in strijd met art. 402 SvA Pro de bewijsmiddelen niet in het vonnis zelf had opgenomen, wat leidt tot nietigheid van het vonnis. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het vonnis van het Hof is vernietigd wegens procesverzuim en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.