ECLI:NL:PHR:2011:BO9770
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen in ruilverkaveling Sauwerd
In deze zaak gaat het om bezwaren van eiser tegen de lijst der geldelijke regelingen (LGR) in de ruilverkaveling Sauwerd. Eiser stelde dat de rechtbank niet over de volledige LGR beschikte en dat daardoor de beoordeling van zijn bezwaren onzorgvuldig en onrechtmatig was. Tevens werd betoogd dat de LGR onvolledig was en dat essentiële kostenposten, zoals de voorlopige kostenopgave, niet ter inzage waren gelegd.
De rechtbank had geoordeeld dat zij beschikte over de LGR voor zover deze op eiser betrekking had en dat het niet noodzakelijk was om over de volledige LGR te beschikken om rechtsgeldig te kunnen besluiten. Ook oordeelde de rechtbank dat de LGR voldeed aan de wettelijke eisen en dat de bezwaren van eiser, waaronder die over de niet-agrarische meerwaarde van een weg toegewezen aan de gemeente Bedum, ongegrond waren. De rechtbank wees het bewijsaanbod van eiser af omdat het onvoldoende was onderbouwd.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat de LGR niet per se een gespecificeerde opgave van alle kosten hoeft te bevatten, dat de bezwaartermijn correct is toegepast en dat de procedure naar behoren is gevolgd. Ook is geoordeeld dat de schatting van niet-agrarische meerwaarde adequaat is uitgevoerd en dat de rechtbank terecht het bewijsaanbod van eiser heeft gepasseerd vanwege onvoldoende onderbouwing.
De beslissing bevestigt de rechtszekerheid en de wettelijke procedure rond de LGR en de behandeling van bezwaren binnen het kader van de Landinrichtingswet en de Wet inrichting landelijk gebied.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.