ECLI:NL:HR:2010:BL9550

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04479
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 185 lid 2 Liw
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren pachter tegen geldelijke regelingen in landinrichting afgewezen

In deze zaak stond het beroep van een pachter centraal tegen de lijst van geldelijke regelingen die betrekking hadden op zijn echtgenote als verpachter binnen de context van een landinrichtingsproject. De rechtbank Almelo had eerder uitspraak gedaan, waartegen cassatie werd ingesteld.

De Landinrichtingscommissie had het beroep verworpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de pachter niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang had bij de klacht over de schending van artikel 185 lid 2 van Pro de Landinrichtingswet. De klachten in het cassatieberoep konden geen cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.

De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van de Landinrichtingscommissie werden begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de pachter wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

7 mei 2010
Eerste Kamer
08/04479
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de procesbevoegdheid bezittende LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "DEN HAM-LEMELE",
zetelende te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 90579/HA ZA 2008/19 van de rechtbank Almelo van 3 september 2008.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Landinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 9 april 2010 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.