ECLI:NL:HR:2010:BL9550
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bezwaren pachter tegen geldelijke regelingen in landinrichting afgewezen
In deze zaak stond het beroep van een pachter centraal tegen de lijst van geldelijke regelingen die betrekking hadden op zijn echtgenote als verpachter binnen de context van een landinrichtingsproject. De rechtbank Almelo had eerder uitspraak gedaan, waartegen cassatie werd ingesteld.
De Landinrichtingscommissie had het beroep verworpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de pachter niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang had bij de klacht over de schending van artikel 185 lid 2 van Pro de Landinrichtingswet. De klachten in het cassatieberoep konden geen cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van de Landinrichtingscommissie werden begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de pachter wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.