ECLI:NL:PHR:2011:BO5376
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweer en overmacht bij gewapende woningoverval met schietincident
Op 6 mei 2007 drongen verdachte en zijn medeverdachte gewapend en vermomd een woning binnen, waar zij een vrouw en haar kind vasthielden. Toen het slachtoffer thuiskwam, ontstond een worsteling waarbij het slachtoffer meerdere malen op de medeverdachte instak. Verdachte schoot het slachtoffer neer, die zwaar gewond raakte.
De verdediging voerde aan dat het schieten een noodzakelijke verdediging was om het leven van de medeverdachte te redden, en dat sprake was van noodweer of overmacht in de zin van noodtoestand. Het hof verwierp dit beroep, stellende dat verdachte en medeverdachte zich bewust in een situatie brachten waarin geweld te verwachten was, en dat het schieten niet gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof het beroep op noodweer en overmacht terecht heeft verworpen. Het hof heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig gewogen, waaronder de bewapening en het doel van de overval, en het feit dat verdachte en medeverdachte de confrontatie zochten. Het ontbreken van een verklaring van verdachte over zijn motief om te schieten staat niet aan het oordeel in de weg.
De Hoge Raad benadrukt dat doelbewust het geweld opzoeken een beroep op noodweer uitsluit. Ook de stelling dat het slachtoffer onder invloed van middelen was en daardoor excessief handelde, leidt niet tot een ander oordeel. De middelen van cassatie worden verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweer en overmacht wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.