ECLI:NL:HR:2005:AR6602
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering verwerping noodweerexces
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die op 31 juli 1998 in een café betrokken was bij een gewelddadige confrontatie waarbij het slachtoffer dodelijk werd verwond met een mes. Het hof had verdachte veroordeeld tot vier jaar en acht maanden gevangenisstraf, waarbij het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen wegens het ontbreken van feiten die dat zouden onderbouwen.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer zwaar bewapend en agressief was, dat er sprake was van een onmiddellijke dreiging en dat het geweld van verdachte proportioneel was als reactie op het pistool van het slachtoffer. Ook stelde de verdediging dat het overschrijden van de grenzen van noodweer als noodweerexces moest worden beschouwd vanwege de hevige gemoedsbeweging.
Het hof verwierp deze verweren met de motivering dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een noodweersituatie aannemelijk maakten. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze motivering onvoldoende is en niet begrijpelijk is in het licht van de aangevoerde feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de subsidiaire bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting. De overige middelen werden verworpen. De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren onder voorzitterschap van W.J.M. Davids op 18 januari 2005.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het beroep op noodweerexces en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.