ECLI:NL:PHR:2010:BO3676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen recht op 35%-regeling wegens verblijfseis en bewijsverplichting in beroepsfoutzaak fiscaal advies
In deze zaak staat centraal of eiser, die een orthodontiepraktijk in Nederland overnam na een periode van verblijf en werk in het buitenland, recht heeft op toepassing van de 35%-regeling, een fiscale faciliteit voor buitenlandse werknemers met specifieke deskundigheid. Eiser stelde dat zijn fiscaal adviseurs hem niet tijdig op deze regeling hadden gewezen, waardoor hij een fiscaal voordeel misliep en schade leed.
De 35%-regeling kent een kortingsregeling die de maximale duur van de vrijstelling vermindert met eerdere perioden van verblijf of tewerkstelling in Nederland binnen een tienjaarsperiode voorafgaand aan de nieuwe tewerkstelling. De Hoge Raad bevestigt dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat hij aan deze verblijfseis voldeed. Uit het dossier blijkt dat eiser tot 1985 vrijwel steeds in Nederland verbleef en dat hij in de periode 1988-1998 ook regelmatig in Nederland verbleef, onder meer tijdens weekenden.
De Hoge Raad oordeelt dat eiser daardoor niet in aanmerking komt voor de 35%-regeling en dat hij geen schade heeft geleden door de vermeende beroepsfout van zijn adviseurs. Ook is beslissend of eiser daadwerkelijk aan de voorwaarden voldeed, niet hoe de Belastingdienst hierover zou hebben geoordeeld. De klachten van eiser worden verworpen, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat eiser niet heeft bewezen dat hij aan de verblijfseis voldeed en daardoor geen schadevergoeding toekomt.