ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2875
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid adviseur bij niet tijdig wijzen op 35%-regeling
Appellant wendde zich in 1997 tot [naam] + Partners voor advies bij de overname van een orthodontiepraktijk en het verkrijgen van fiscale voordelen via de 35%-regeling. Hij stelde dat hij tijdig had geïnformeerd naar de regeling, maar dat de adviseurs hem niet hierop hadden gewezen, waardoor hij fiscaal nadeel leed.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had bewezen dat hij de regeling voorafgaand aan de eenmanszaakbestrijding met de adviseurs had besproken en dat hij ook niet kon aantonen dat hij aan de verblijfseis van tien jaar buiten Nederland voldeed. Het hof bevestigde dat het bewijs van de verblijfseis op appellant rustte en dat het niet voldeed aan deze eis.
Uit getuigenverklaringen bleek dat appellant in de relevante periode regelmatig in Nederland verbleef, wat volgens het hof niet strookt met de definitie van verblijf in de regeling. Hierdoor kon appellant geen aanspraak maken op de regeling en was er geen schade door een beroepsfout van de adviseurs.
Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering af omdat appellant niet voldeed aan de verblijfseis van de 35%-regeling.