ECLI:NL:PHR:2010:BO2884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over herstel van kennelijke omissie in arrest over schadevaststelling bedrijfsschadeverzekering
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Avéro Schadeverzekering Benelux N.V. en een exploitant van een forellenkwekerij over de omvang van de bedrijfsschadevergoeding na een verzekerd evenement. De rechtbank had een bedrag vastgesteld dat Avéro aan de exploitant moest betalen, dat hoger lag dan het bedrag dat eerder was betaald. Het hof Amsterdam stelde een nog hoger bedrag vast, maar hield geen rekening met een reeds gedane betaling van Avéro.
Avéro stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen verrekening had toegepast van het reeds betaalde bedrag, waardoor zij onterecht een te hoog bedrag moest betalen. De Hoge Raad constateerde dat het hof deze betaling over het hoofd had gezien en dat dit een kennelijke omissie was. De Hoge Raad oordeelde dat Avéro haar bezwaar kan laten herstellen door het hof Amsterdam, zodat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar cassatieberoep.
De zaak betreft een complexe procedure met meerdere vonnissen en tussenarrest, waarbij ook een bindend advies door een derde schatter was gegeven. De Hoge Raad benadrukt dat het niet aan hem is om de zaak zelf af te doen, mede vanwege onduidelijkheid over de exacte datum van betaling. Het arrest onderstreept het belang van correcte verrekening van reeds gedane betalingen bij schadevaststelling in verzekeringszaken.
Uitkomst: Avéro wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens een kennelijke omissie van het hof.