ECLI:NL:PHR:2010:BO1748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontucht en mishandeling van minderjarig stiefkind
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld wegens meermalen gepleegde ontucht en mishandeling van zijn minderjarige stiefdochter en haar broertje in de periode 1998-2003. Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigen en waarnemingen van blauwe plekken. De verdachte ontkende de feiten.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs voldoende was gemotiveerd, ondanks enkele kritiekpunten op verklaringen van getuigen en het gebruik van horen zeggen. De stelling dat het bewijs ontoereikend zou zijn, werd verworpen. Ook de strafoplegging van zes maanden gevangenisstraf werd als passend en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Hoge Raad bevestigde dat het stiefvaderschap in feitelijke zin kon worden aangenomen en dat de strafrechtelijke kwalificatie niet hoefde te worden betwist. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling en straf ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en de opgelegde gevangenisstraf van zes maanden voor ontucht en mishandeling van minderjarig stiefkind.