ECLI:NL:PHR:2010:BM6804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid Openbaar Ministerie ondanks tekortkomingen in opsporing en bevestigt betrouwbaarheid verklaringen in zedenzaak
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal, nadat tijdens het opsporingsonderzoek niet alle bepalingen van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik strikt waren nageleefd. De verdediging voerde aan dat dit ernstige en onherstelbare vormverzuimen opleverde, waardoor het OM niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Het hof oordeelde echter dat deze tekortkomingen niet zodanig waren dat zij het recht op een eerlijk proces van de verdachte schaadden en verwierp het verweer.
Daarnaast werd het verzoek van de verdediging om de jeugdige slachtoffers opnieuw te horen afgewezen op advies van een deskundige die ernstige schade aan hun gezondheid vreesde. De verdediging vroeg om een contra-expertise, maar het hof vond dit niet noodzakelijk en bood compensatie door andere deskundigen te laten rapporteren over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de slachtoffers.
De bekennende verklaringen van de verdachte werden door het hof betrouwbaar geacht, mede omdat verdachte deze vrijwillig en in een heldere geestestoestand had afgelegd. Ook de verklaringen van de minderjarige slachtoffers werden ondanks enkele gebreken in de verhoormethode als betrouwbaar beoordeeld, mede doordat zij elkaar en de bekentenissen van verdachte op onderdelen bevestigden.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen gericht op niet-ontvankelijkheid, het verzoek tot contra-expertise en de betwisting van de betrouwbaarheid van de verklaringen. Het hof had de juiste maatstaven toegepast en voldoende gemotiveerd geoordeeld. De zaak werd niet ambtshalve vernietigd en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de betrouwbaarheid van de verklaringen.