ECLI:NL:PHR:2010:BM6652
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Enkelvoudige Kamer Hof en redelijke termijn bij ontnemingsvordering hennepteelt
In deze zaak stond de bevoegdheid van de Enkelvoudige Kamer van het Gerechtshof Amsterdam centraal om kennis te nemen van een ontnemingsvordering in een hennepteeltzaak. Betrokkene was in eerste aanleg veroordeeld voor het telen van hennep en de ontnemingsmaatregel opgelegd. Zowel de strafzaak als de ontnemingszaak waren door de Politierechter behandeld, waarbij een taakstraf en een ontnemingsmaatregel werden opgelegd.
De Enkelvoudige Kamer van het Hof bevestigde de veroordeling en legde een ontnemingsbedrag van €7.000,- op. Betrokkene voerde in cassatie aan dat de Enkelvoudige Kamer niet bevoegd was en dat het hof ten onrechte niet alle kostenposten had meegewogen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens stelde hij dat de redelijke termijn was overschreden.
De Hoge Raad verwierp de bevoegdheidsklacht en bevestigde dat de Enkelvoudige Kamer bevoegd is indien de zaak van eenvoudige aard is en aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het hof mocht de kostenposten afwijzen wegens gebrek aan onderbouwing. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden, wat aanleiding gaf tot vermindering van het ontnemingsbedrag. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het bedrag betreft en bepaalde dat het te betalen bedrag verminderd moet worden volgens de gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bevoegdheid van de Enkelvoudige Kamer en vermindert het ontnemingsbedrag wegens overschrijding van de redelijke termijn.