ECLI:NL:PHR:2010:BM2483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Openbaar maken van beledigende uitlating door ophangen swastikavlag zichtbaar vanaf openbare weg
In deze zaak stond de vraag centraal of het ophangen van een vlag met een hakenkruis in de woning van verdachte, zichtbaar vanaf de openbare weg, kwalificeert als 'openbaar maken' in de zin van artikel 137e, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht. Het hof had vastgesteld dat de vlag in de hal van de woning hing, direct achter de voordeur en ter hoogte van het raam, en dat deze voor het publiek duidelijk zichtbaar was. Tevens was het volgens de politieverklaring van verdachte zijn bedoeling dat de vlag van buitenaf gezien zou worden.
De verdediging stelde dat het ophangen van de vlag binnen de eigen woning niet kon worden aangemerkt als openbaar maken, ook niet als deze zichtbaar was vanaf de openbare weg. De Hoge Raad oordeelde echter dat het begrip 'openbaar maken' inhoudt dat de uitlating gericht is tot enig publiek en door dat publiek kan worden waargenomen, ongeacht of dit binnen of buiten een openbare plaats plaatsvindt.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof een juiste uitleg had gegeven aan het begrip 'openbaar maken' en dat de bewezenverklaring voldoende was onderbouwd met redengevende bewijsmiddelen, waaronder foto's en verklaringen. Het middel van cassatie faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het ophangen van een swastikavlag zichtbaar vanaf de openbare weg als openbaar maken in de zin van art. 137e Sr geldt en verwerpt het cassatieberoep.