ECLI:NL:PHR:2010:BL8510
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het 'op eigen naam'-criterium bij dynamic packaging in reisovereenkomsten
In deze zaak staat de uitleg van artikel 7:500 lid 1 BW Pro centraal, dat de reisorganisator definieert als degene die op eigen naam een reis aanbiedt. Het geschil betreft of een reisagent die op verzoek van een reiziger verschillende toeristische diensten vastlegt en verkoopt (dynamic packaging) als reisorganisator kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat het 'op eigen naam'-criterium niet buiten toepassing wordt gelaten, ook niet na het arrest Club Tour/Garrido van het HvJ EU, dat het begrip pakketreis ruim uitlegt. De Nederlandse wetgever heeft bewust gekozen om alleen de reisorganisator die op eigen naam handelt aansprakelijk te stellen jegens de reiziger, waarmee zuivere boekingskantoren worden uitgesloten.
De beoordeling of sprake is van handelen op eigen naam moet per geval worden vastgesteld aan de hand van de wilsvertrouwensleer. Het hof formuleerde een vuistregel dat doorgaans een reisbureau dat op initiatief van de reiziger diensten regelt, als reisorganisator moet worden gezien, tenzij het duidelijk als boekingskantoor optreedt. De Hoge Raad wijst op de complexiteit van de verschillende vormen van dynamic packaging en benadrukt dat niet alle gevallen juridisch gelijk zijn.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de beoordeling van het 'op eigen naam'-criterium een feitelijke en juridische analyse per situatie vereist, waarbij rekening wordt gehouden met de bescherming van de consument. De uitspraak biedt duidelijkheid over de toepassing van de Richtlijn pakketreizen in het Nederlandse recht en de positie van reisagenten en reisorganisatoren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het 'op eigen naam'-criterium geldt onverkort en de beoordeling geschiedt per geval.