ECLI:NL:PHR:2010:BL1720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op psychische overmacht bij import verdovende middelen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van import van verdovende middelen en deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte voerde in hoger beroep subsidiair aan dat hij handelde onder psychische overmacht vanwege bedreigingen aan zijn en zijn familie's leven.
Het hof verwierp dit verweer omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk waren geworden die een zodanige van buiten komende druk aannemelijk maakten waaraan verdachte geen weerstand kon bieden. De Hoge Raad toetste dit oordeel op begrijpelijkheid en motivering.
De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van psychische overmacht zowel feitelijke als juridische aspecten omvat: de feitelijke vraag of de druk aannemelijk is en de juridische vraag of van een modale burger kan worden verwacht weerstand te bieden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende inzicht gaf in zijn motivering en dat het verweer strandde op de feitelijke vraag.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het hof niet verplicht was de normatieve toets "geen weerstand behoefde te bieden" expliciet te behandelen als de feitelijke grondslag niet aannemelijk was. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot vernietiging van het gehele arrest.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor zover het de strafoplegging betrof, met het oog op een passende strafvermindering, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het beroep op psychische overmacht werd verworpen en de veroordeling tot elf jaar gevangenisstraf bevestigd, met vernietiging van het arrest voor de strafoplegging en terugverwijzing voor strafvermindering.