Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
(Putatief) Noodweerexces
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord op zijn echtgenote door het toebrengen van tientallen steekwonden. Hij stelde in cassatie dat het onderzoek nietig was en voerde psychische overmacht aan als strafuitsluitingsgrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het onderzoek niet nietig is omdat de pleitnota van de raadsman wel in het dossier aanwezig was en de klacht hierover te laat is ingebracht. Vervolgens beoordeelt de Hoge Raad het verweer van psychische overmacht. Het hof had geoordeeld dat hoewel de verdachte enige druk van de medeverdachte had ervaren, deze niet zodanig was dat hij redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof deze beoordeling begrijpelijk heeft gemotiveerd, mede op basis van een psychiatrisch rapport waarin werd vastgesteld dat de verdachte weliswaar onder druk stond, maar geen pathologische beperking van zijn handelingsvrijheid had. Het beroep op psychische overmacht faalt daarom. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het vonnis van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord en wijst het beroep op psychische overmacht af.