ECLI:NL:PHR:2010:BK9232
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
In deze zaak stond de ontnemingsmaatregel centraal die het Gerechtshof te 's-Gravenhage op 18 juni 2008 oplegde aan betrokkene wegens het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. Het hof had het bedrag van € 40.000 vastgesteld op basis van een schatting van 1350 hennepplanten en een enkele oogst, waarbij gebruikelijke opbrengstwaarden werden gehanteerd.
Betrokkene stelde cassatie in tegen dit arrest, waarbij onder meer werd geklaagd over de ontoereikende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad overwoog dat het hof niet had gemotiveerd waarop de schatting van het aantal oogsten was gebaseerd, terwijl dit essentieel is voor de bepaling van het voordeel. Het hof had zich uitsluitend gebaseerd op de aantallen planten die waren aangetroffen, maar ontbrak een bewijsmiddel of overweging omtrent eerdere oogsten.
Verder werd het verzoek van betrokkene om een verbalisant als getuige te horen afgewezen, omdat dit verzoek niet betrekking had op de ontnemingsvordering zelf. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter in een ontnemingsprocedure gebonden is aan het oordeel van de strafrechter over het delict, maar dat de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel voldoende gemotiveerd moet zijn.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling op basis van een deugdelijke motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de zaak wordt terugverwezen.