ECLI:NL:PHR:2010:BK6943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijsmotivering omtrent schuldheling kozijnen
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor diverse feiten, waaronder diefstal met geweld, opzetheling en schuldheling van onder meer kozijnen die vermoedelijk door misdrijf waren verkregen. Het hof baseerde de bewezenverklaring van schuldheling van de kozijnen mede op stickers die op de kozijnen waren aangebracht, waarvan het hof oordeelde dat verdachte daardoor redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het gestolen goederen betrof.
De verdediging stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat verdachte redelijkerwijs het vermoeden had moeten hebben dat de kozijnen gestolen waren, omdat niet was vastgesteld wanneer en op welke wijze verdachte de kozijnen had verkregen. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmiddelen geen duidelijkheid verschaffen over het moment en de wijze van verkrijging, en dat de enkele aanwezigheid van stickers onvoldoende is om het redelijke vermoeden aan te nemen zonder nadere motivering.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad andere middelen, waaronder de afwijzing van getuigenverzoeken en de motivering van de bewezenverklaring, en concludeerde dat deze middelen faalden. Wel werd erkend dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar dit leidde niet tot vernietiging van het gehele arrest.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het betrekking had op de bewezenverklaring van schuldheling van de kozijnen en de strafoplegging daaromtrent, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de bewezenverklaring schuldheling kozijnen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.