ECLI:NL:HR:2007:AZ3329
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering wegens medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld en bedreiging. Op 3 oktober 2003 werd een overval gepleegd op een winkel aan de A-straat te Amsterdam waarbij het slachtoffer werd opgesloten in een kassahok en bedreigd met een pistool.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van het slachtoffer, mededaders en verdachte zelf, waarbij werd vastgesteld dat verdachte samen met anderen het slachtoffer heeft opgesloten en bedreigd. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer een reservesleutel had en dat verdachte zich niet aan de vrijheidsberoving had schuldig gemaakt, maar dit werd door het hof verworpen.
In cassatie klaagt verdachte over tegenstrijdige bewijsvoering omtrent wie het slachtoffer heeft opgesloten. De Hoge Raad oordeelt dat deze tegenstrijdigheid van ondergeschikte betekenis is en de bewezenverklaring niet aantast. Wel constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan 16 maanden, wat leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat en vermindert de gevangenisstraf tot zes jaar en acht maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zes jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.