ECLI:NL:PHR:2010:BK6672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Koop bedrijfspand: onderzoeksplicht koper en exoneratiebeding bij onduidelijke oppervlaktegegevens
In deze zaak gaat het om de koop van een bedrijfspand door [A] van Muntschar B.V., waarbij onduidelijkheid bestond over de oppervlakte van het pand. [A] beriep zich op non-conformiteit en dwaling vanwege een verschil tussen de opgegeven oppervlakte van circa 1.750 m² en de feitelijke oppervlakte van circa 1.460 m² voor de begane grond. Het hof oordeelde dat de mededelingen in de verkoopdocumentatie niet eenduidig waren en dat [A] een onderzoeksplicht had om de oppervlakte nader te verifiëren.
Het hof stelde vast dat de oppervlakte van het pand inclusief de eerste verdieping circa 1.685 m² bedroeg, maar dat de bruikbaarheid van de verdieping voor [A] beperkt was. Het hof liet de juistheid van deze stelling in het midden, maar vond dat [A] desondanks onderzoek had moeten doen. Tevens oordeelde het hof dat het exoneratiebeding in de verkoopbrochure van toepassing was, waardoor het beroep van [A] op dwaling en non-conformiteit faalde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en benadrukte dat hoewel een koper in beginsel mag afgaan op mededelingen van de verkoper, bij onduidelijke of niet-eenduidige mededelingen een onderzoeksplicht kan ontstaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [A] en liet het arrest van het hof in stand. Hiermee werd het beroep op dwaling en non-conformiteit afgewezen en werd het exoneratiebeding bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op dwaling en non-conformiteit wordt afgewezen; de koper had een onderzoeksplicht en het exoneratiebeding is van toepassing.