ECLI:NL:PHR:2010:BK4800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor rijden tijdens rijontzegging
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens het besturen van een motorvoertuig tijdens een geldige rijontzegging. Het hof motiveerde de straf door te wijzen op de ernst van het feit, het gevaar voor de verkeersveiligheid en het feit dat de verdachte zich weinig aantrekt van rechterlijke uitspraken. Tevens speelde recidive een rol.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze strafoplegging, met het middel dat de strafmotivering onvoldoende zou zijn. De Hoge Raad overweegt dat de feitenrechter vrij is in de waardering van straffactoren en dat cassatie slechts kan ingrijpen bij onbegrijpelijke of onvoldoende gemotiveerde strafoplegging.
De Hoge Raad constateert dat het hof abusievelijk sprak van een "(voorwaardelijke) gevangenisstraf" terwijl het dictum een onvoorwaardelijke straf betreft, maar dat dit een leesfout is die geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van de straf. Het hof heeft de straf voldoende gemotiveerd, met name door het belang van de verkeersveiligheid en recidive.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken wegens rijden tijdens rijontzegging.