ECLI:NL:PHR:2010:BK2149
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak feitelijke leidinggeven onjuiste omzetbelastingaangiften wegens grondslagverlating
De zaak betreft een verdachte die als financieel directeur en voor 50% aandeelhouder betrokken was bij twee besloten vennootschappen die een bouwproject uitvoerden. Verdachte werd verweten feitelijke leiding te hebben gegeven aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van omzetbelastingaangiften door deze rechtspersonen.
Het hof sprak verdachte vrij omdat niet bewezen kon worden dat hij zelf de onjuiste aangiften had gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof hierbij de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, omdat het niet ging om daderschap maar om feitelijke leiding en opdracht geven. De Hoge Raad benadrukt dat eerst moet worden vastgesteld dat de rechtspersoon het strafbare feit heeft begaan, en daarna of verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.
De Hoge Raad wijst op het onderscheid tussen het opzet van de rechtspersoon en het bewijs voor feitelijke leiding van de verdachte. Het hof heeft volgens de Hoge Raad ten onrechte het bewijs voor daderschap als toetssteen gehanteerd voor feitelijke leiding. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling door een ander hof.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens grondslagverlating en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.