ECLI:NL:PHR:2010:BK2145
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte in hoger beroep
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot 24 weken gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, onder B van de Opiumwet. Tijdens de zitting van het hof was verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsman wel, die namens hem een verzoek tot aanhouding indiende omdat verdachte de dagvaarding niet had ontvangen en zich daardoor niet deugdelijk had kunnen voorbereiden.
Het hof wees het verzoek af op grond van de rechtsgeldige betekening van de dagvaarding aan het Spaanse adres van verdachte en het ontbreken van aanwijzingen voor problematische postbezorging. De raadsman had echter verklaard dat verdachte pas de avond voor de zitting telefonisch contact had opgenomen en had aangegeven geen dagvaarding te hebben ontvangen.
De Hoge Raad overweegt dat het aanwezigheidsrecht van verdachte, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro, inhoudt dat verdachte tijdig en op juiste wijze op de hoogte moet worden gesteld van de zitting. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het de mededeling van de raadsman en verdachte niet geloofwaardig achtte, terwijl het voor verdachte onredelijk was om binnen twaalf uur vanuit Spanje naar Den Bosch te reizen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof het belang van een behoorlijke rechtspleging niet juist heeft afgewogen tegen het aanwezigheidsrecht van verdachte en dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk is. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting vanwege schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte.