ECLI:NL:HR:2009:BH0566
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt afwijzing verzoek aanhouding wegens ziekte zonder onderzoek naar redelijkheid medische verklaring
In deze zaak stond een verzoek tot aanhouding van de behandeling van een strafzaak centraal, omdat betrokkene wegens ziekte (griep) niet op de terechtzitting kon verschijnen. De raadsman had namens betrokkene verzocht om aanhouding, maar het hof wees dit verzoek af omdat geen medische verklaring was overgelegd.
De Hoge Raad herhaalt dat het aan de rechter staat om bewijsstukken of nadere inlichtingen te verlangen bij een verzoek tot aanhouding wegens ziekte, maar dat het hof in dit geval ten onrechte het verzoek afwees op de enkele omstandigheid dat geen medische verklaring was overgelegd zonder te onderzoeken of het redelijk was om zo'n verklaring of andere gegevens te verlangen.
De Hoge Raad oordeelt dat het belang van een behoorlijke strafvordering kan prevaleren boven het aanwezigheidsrecht, maar dat dit zorgvuldig moet worden afgewogen. Het arrest vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep en het verzoek tot aanhouding.
De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij betrokkene een bedrag van € 5.500,- aan de Staat moest betalen. De advocaat-generaal had het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 7 april 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het verzoek tot aanhouding wegens ziekte.