ECLI:NL:PHR:2009:BJ3651
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde strafoplegging bij hennepzaak wegens onduidelijkheid over gedroogde staat van planten
Op 23 oktober 2006 werd verdachte samen met anderen betrapt in een loods met een grote hoeveelheid hennep, waarvan het totale gewicht werd vastgesteld op ongeveer 3.484,5 kilogram. De hennep bestond uit verse plantendelen, waaronder stelen en bladeren, en er waren aanwijzingen dat het droogproces net was begonnen. Verdachte had gedurende ongeveer zeven uur de hennep in haar bezit om deze te bewerken.
Het hof veroordeelde verdachte tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het aantal planten werd omgerekend aan de hand van een gebruikelijke norm van 35 planten per kilo droge hennep. Dit leidde tot een berekening van circa 122.500 planten, wat resulteerde in een straf van ongeveer 140 weken als uitgangspunt, maar vanwege matiging werd dit zes maanden.
De advocaat-generaal en de verdediging voerden verschillende standpunten aan over de strafmaat, waarbij de verdediging wees op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de aard van haar betrokkenheid. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet had vastgesteld of de hennep gedroogd was, terwijl dit cruciaal is voor de omrekening van gewicht naar aantal planten en daarmee voor de strafbepaling.
De Hoge Raad concludeerde dat de strafmotivering onvoldoende was omdat het hof de staat van de hennep niet had vastgesteld, waardoor de strafoplegging niet voldoende inzichtelijk en gemotiveerd was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de straf betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.