ECLI:NL:HR:2008:BC8581

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01199/07 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij

Deze zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 april 2006, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Betrokkene was gedetineerd ten tijde van de aanzegging. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak noodzakelijk is.

De zaak draait om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij, waarbij onder meer een rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving van het Openbaar Ministerie werd betrokken. De Hoge Raad achtte geen nadere motivering nodig omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

Uiteindelijk werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 1 april 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

1 april 2008
Strafkamer
nr. 01199/07 P
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 april 2006, nummer 20/008427-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H.P. Ruysink, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 1 april 2008.