ECLI:NL:PHR:2009:BJ3537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over misleiding en misbruik kwetsbare positie bij mensenhandel en uitbuiting prostitutie
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld wegens meerdere feiten van mensenhandel, waaronder het door misleiding en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen van vrouwen tot prostitutie en het trekken van voordeel uit hun verdiensten. Het hof stelde vast dat verdachte vrouwen onder meer cocaïne verstrekte, hen kamers regelde en controle hield over hun werkzaamheden en inkomsten.
De verdediging voerde onder meer aan dat de termen "misleiding" en "misbruik van een kwetsbare positie" onvoldoende feitelijk waren omschreven in de tenlastelegging, en dat sommige vrouwen vrijwillig zouden hebben gehandeld. De Hoge Raad oordeelt dat de begrippen voldoende duidelijk zijn en dat een nadere concretisering in de tenlastelegging niet vereist is vanwege de complexiteit van het gedrag.
Ten aanzien van een van de slachtoffers, die borderline heeft en drugs gebruikte, erkent het hof dat misbruik van een kwetsbare positie niet bewezen is, maar dat dit de ernst van het bewezenverklaarde niet aantast. De Hoge Raad verbetert de kwalificatie van het bewezenverklaarde waar nodig, wijst het cassatieberoep af en bevestigt de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wegens mensenhandel en uitbuiting.