ECLI:NL:PHR:2009:BJ2851
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering opgeëiste persoon aan Verenigde Staten ondanks levenslange gevangenisstraf
De Rechtbank Haarlem verklaarde op 31 maart 2009 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar. De verdediging stelde dat de stukken onvoldoende waren om de toelaatbaarheid te beoordelen en dat uitlevering zou leiden tot een onmenselijke behandeling wegens een verplichte levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde stukken voldoen aan de eisen van het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS en dat het feit waarvoor uitlevering wordt gevraagd ook strafbaar is onder Nederlands recht. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de opgeëiste persoon onschuldig is of dat het vermoeden van schuld ontbreekt.
Met betrekking tot het beroep op artikel 3 EVRM Pro overwoog de rechtbank dat een levenslange gevangenisstraf op zichzelf niet per definitie onmenselijk is, mits er enige mogelijkheid tot invrijheidstelling bestaat. De stukken van de verdediging, afkomstig van een Amerikaanse advocaat, waren onvoldoende om aan te tonen dat uitsluitend een levenslange straf zonder vrijlatingsmogelijkheid zal worden opgelegd.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat alleen bij gegronde redenen om aan te nemen dat de opgeëiste persoon risico loopt op foltering de uitlevering ontoelaatbaar is. Het beroep op schending van artikel 3 EVRM Pro faalt, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Amerikaanse Supreme Court. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is om het beroep te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering ondanks het risico op een levenslange gevangenisstraf zonder vervroegde vrijlating en wijst het beroep af.