ECLI:NL:PHR:2009:BH5729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens onjuiste toerekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak stond betrokkene terecht voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten. Het hof had vastgesteld dat betrokkene samen met anderen de hennepkwekerij voorhanden had, maar hem vrijgesproken van medeplegen van het telen. Desondanks legde het hof de volledige betalingsverplichting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de kwekerij aan betrokkene op, omdat betrokkene geen inzicht wilde geven in de verdeling van het voordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende feitelijke omstandigheden heeft aangevoerd om het gehele voordeel aan betrokkene toe te rekenen. De enkele proceshouding van betrokkene is onvoldoende als grondslag voor deze toerekening. Bovendien is het in strijd met de onschuldpresumptie om, ondanks de vrijspraak van medeplegen telen, toch het volledige voordeel toe te rekenen alsof betrokkene medepleger was.
Het cassatiemiddel slaagt en de Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak. Het hof wordt terugverwezen om de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw en met voldoende motivering te beoordelen. Het beroep op draagkrachtverweer faalt omdat dit niet voldoende is aangevoerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ontnemingsmaatregel wegens onjuiste toerekening van het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel aan betrokkene.