ECLI:NL:PHR:2009:BH5700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens onvoldoende motivering over bewijswaardering en kosten in ontnemingszaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem een veroordeelde verplicht tot betaling van een bedrag van €22.858,- aan de Staat, gebaseerd op de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van een belangrijke getuige, [betrokkene 1], onbetrouwbaar en tegenstrijdig waren, en dat gemaakte kosten die direct verband houden met het delict niet in de berekening waren meegenomen.
Het hof gebruikte de verklaringen van [betrokkene 1] voor de vaststelling van het voordeel, maar gaf geen uitdrukkelijke motivering waarom het afweek van het door de verdediging onderbouwde standpunt over de ongeloofwaardigheid van deze getuige. Ook liet het hof na om te motiveren waarom het geen rekening hield met de door de verdediging opgevoerde kosten die volgens de Hoge Raad in beginsel in aftrek kunnen worden gebracht.
Daarnaast wees het hof een verzoek af om getuige [betrokkene 1] te horen, terwijl onduidelijk was of een dergelijk verzoek formeel was gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof tekort is geschoten in zijn motivering en dat dit leidt tot nietigheid van het arrest. Beide middelen van cassatie slagen, waardoor de uitspraak wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over bewijswaardering en kosten.