ECLI:NL:PHR:2009:BH1478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van hernieuwd beklag bij bewaring ten behoeve van rechthebbende
In deze zaak betrof het een geschil over de ontvankelijkheid van een hernieuwd klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €100.800,-. Klager had eerder twee klaagschriften ingediend die waren afgewezen, waarbij de rechtbank oordeelde dat klager niet als rechthebbende kon worden aangemerkt en dat het geldbedrag in bewaring werd gehouden ten behoeve van een andere, nog onbekende rechthebbende.
De rechtbank verklaarde een derde klaagschrift niet-ontvankelijk met als reden dat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende was gelast en dat de executie van teruggave niet bij de rechtbank lag. De Hoge Raad stelt dat deze overweging een onjuiste rechtsopvatting bevat, omdat het beklagrecht niet wordt uitgesloten zolang het beslag niet is geëindigd en hernieuwd beklag mogelijk is mits het niet berust op dezelfde gronden als eerder.
De Hoge Raad benadrukt dat de bevoegdheid tot het gelasten van bewaring ten behoeve van de rechthebbende bij het Openbaar Ministerie of de zittingsrechter ligt, niet bij de raadkamer die over het beklag beslist. Tevens wordt bevestigd dat het enkele feit dat een eerder beklag ongegrond is verklaard niet uitsluit dat opnieuw kan worden geklaagd, tenzij het hernieuwde beklag dezelfde gronden bevat.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling van het klaagschrift. Hiermee wordt de ontvankelijkheid van het hernieuwde beklag bevestigd onder de juiste voorwaarden.
Uitkomst: Het hernieuwde beklag is ontvankelijk zolang het niet berust op dezelfde gronden als eerder en het beslag niet is beëindigd; de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.