ECLI:NL:PHR:2009:BH0070
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij voortzetting hoger beroep na faillietverklaring zonder verificatievergadering
De zaak betreft een geschil over een schadevordering voortvloeiend uit ondeugdelijk uitgevoerd werk door een failliete aannemersmaatschappij. Na het faillissement van [A] B.V. werd een hoger beroep ingesteld door de curator, maar deze procedure werd geschorst op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro, omdat de vordering nog niet was geverifieerd op een verificatievergadering.
De Hoge Raad onderzoekt of het hoger beroep voortgezet kan worden zonder dat een verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Uit de feiten blijkt dat de schadevordering als concurrente vordering ter verificatie is ingediend, maar dat nog geen verificatievergadering is gehouden en er dus geen betwisting van de vordering heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad concludeert dat de schorsing van de procedure niet rechtsgeldig is opgeheven, omdat de appelprocedure niet is voortgezet na een betwisting op een verificatievergadering. Hierdoor zijn de proceshandelingen zonder rechtsgevolg en is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak benadrukt het belang van de verificatieprocedure voor de bescherming van de belangen van alle schuldeisers in faillissementssituaties.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige opheffing van de schorsing van de appelprocedure.