ECLI:NL:PHR:2009:BG9152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt begin van uitvoering poging diefstal met braak bij ramkraakpoging supermarkt
In deze zaak stond de vraag centraal of het handelen van verdachten, die met een gestolen auto achteruit naar de toegangsdeur van een supermarkt reden met het oogmerk deze te forceren, als een begin van uitvoering van poging tot diefstal met braak kon worden aangemerkt.
De feiten betroffen waarnemingen van politie en getuigen die zagen hoe verdachten zich verdacht gedroegen bij de supermarkt, waaronder het plaatsen van een gestolen Opel Kadett met de achterkant richting de toegangsdeur en het geven van aanwijzingen om de auto achteruit te rijden. De bedrijfsleider en getuigen zagen de verdachten schrikken toen het licht werd aangezet, waarna zij de plaats verlieten.
Het hof had geoordeeld dat het handelen van verdachten naar uiterlijke verschijningsvorm gericht was op voltooiing van het misdrijf en dat sprake was van een begin van uitvoering. Verzoeken van de verdediging om getuigen te horen werden afgewezen omdat er geen serieuze betwisting van de waarnemingen was en verdachte zich op zijn zwijgrecht had beroepen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen. Het hof had de bewijswaardering en het oordeel over het begin van uitvoering terecht gebaseerd op de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen, de omstandigheden, en het vaststaande voornemen van verdachten. De Hoge Raad benadrukte dat cassatie geen herkansing biedt voor feitelijke waarderingen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep ongegrond is en het vonnis van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging diefstal met braak met een gevangenisstraf van vier maanden.