ECLI:NL:PHR:2009:BG4142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Naheffing ingehouden maar niet-afgedragen loonbelasting en toepassing eindheffingsregime
Belanghebbende, een BV, hield in 2001 loonbelasting in op het loon van haar directeur-grootaandeelhouder, maar droeg slechts een deel daarvan af. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op voor het verschil, naast een vergrijpboete en heffingsrente. Het geschil betrof of het eindheffingsregime van artikel 31 Wet Pro LB van toepassing was en of de naheffing terecht was.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep ongegrond, waarbij het hof bevestigde dat het eindheffingsregime in beginsel van toepassing is bij niet-betaalde loonbelasting, maar dat in dit geval de naheffing zonder toepassing van het tabeltarief (eindheffing) juist was omdat de belasting wel was ingehouden. De Hoge Raad bevestigt dat de naheffing terecht is en dat de verrekening met de inkomstenbelasting niet wordt uitgesloten. Tevens is de opgelegde vergrijpboete passend.
De conclusie benadrukt dat het eindheffingsregime niet van toepassing is wanneer loonbelasting wel is ingehouden maar niet is afgedragen, en dat artikel 31 Wet Pro LB aanpassing verdient om dit onderscheid duidelijk te maken. De Inspecteur heeft terecht besloten af te zien van eindheffing en het afdrachtverschil nageheven. De verrekening met inkomstenbelasting blijft mogelijk, waardoor geen nadelige gevolgen voor de werknemer ontstaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en vergrijpboete zijn terecht opgelegd zonder toepassing van het eindheffingsregime.