ECLI:NL:PHR:2008:BG1813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid van stuiting verjaring bij dwangbevel en vertegenwoordiging
Eiseres, eigenaar van een pand verhuurd aan studenten, kreeg van de gemeente Leiden een dwangbevel opgelegd wegens overtreding van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De gemeente stelde dwangsommen vast wegens niet-naleving van herstelverplichtingen. Eiseres werd vertegenwoordigd door haar vader en later door een advocaat, mr. Dormeier.
De gemeente stuurde een brief met het dwangbevel aan eiseres, die tijdig verzet instelde. Eiseres voerde onder meer verjaring aan omdat het dwangbevel pas meer dan zes maanden na de laatste aanmaning was betekend. De gemeente stelde dat de brief aan de advocaat binnen zes maanden was verzonden en daarmee de verjaring was gestuit.
De rechtbank en het hof verwierpen het beroep op verjaring en oordeelden dat de vader en advocaat van eiseres als haar vertegenwoordigers konden worden aangemerkt, zodat de brief aan hen als aan eiseres gericht gold. De Hoge Raad bevestigt deze rechtsopvatting en wijst klachten over de motivering en bewijsaanbod af. De verbeurde dwangsommen werden niet gematigd omdat de rechter slechts beperkte ruimte heeft om dergelijke dwangsommen te wijzigen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de verjaring door de brief aan de gemachtigde rechtsgeldig is gestuit.