ECLI:NL:PHR:2008:BG1654
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gewoonte witwassen van geld afkomstig uit enig misdrijf op Curaçao
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Verdachte werd veroordeeld wegens medeplegen van gewoonte witwassen van geld en overtreding van de Opiumlandsverordening. Het hof stelde vast dat verdachte in de periode 2002-2006 grote geldbedragen via money transfers op Curaçao ontving en overmaakte, waarbij het geld afkomstig was uit drugshandel.
De verdediging voerde aan dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat het geld afkomstig was van een nauwkeurig aangeduid misdrijf en dat betrokkenen bij de money transfers niet bewezen schuldig waren aan drugshandel. De Hoge Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie voor witwassen niet vereist is dat het misdrijf nauwkeurig wordt vastgesteld; het volstaat dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.
Het hof had de betrokkenheid van verdachte en zijn mededaders bij drugstransporten en de omvangrijke geldtransfers als bewijs aanvaard. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens gewoonte witwassen. De uitspraak verduidelijkt de bewijseisen bij witwaszaken en bevestigt het ruime bewijsconcept dat niet vereist dat het precieze misdrijf of de daders worden vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van gewoonte witwassen van geld afkomstig uit enig misdrijf.