ECLI:NL:PHR:2008:BF7441
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergunningplicht voor antroposofische geneesmiddelen volgens EU-richtlijn
In deze zaak stond centraal of antroposofische geneesmiddelen die niet tevens homeopathische geneesmiddelen zijn, onder de vergunningsvereisten van Richtlijn 2001/83/EG vallen. De Hoge Raad had hierover prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG), dat op 20 september 2007 oordeelde dat dergelijke geneesmiddelen alleen in de handel mogen worden gebracht indien een vergunning volgens de richtlijn is verleend.
De Staat der Nederlanden vorderde in cassatie vernietiging van het arrest van het hof dat een ruimere nationale regeling toestond. De Hoge Raad oordeelde dat de richtlijn een uitputtend stelsel van vergunningprocedures bevat en dat nationale afwijkingen niet zijn toegestaan. Ook de door Antroposana c.s. aangevoerde subsidiarische argumenten, waaronder strijd met het gelijkheidsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel, werden verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en wees de vorderingen van Antroposana c.s. af. De zaak werd niet verwezen maar zelf afgedaan, waarbij ook het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter werd vernietigd. Hiermee is bevestigd dat antroposofische geneesmiddelen zonder vergunning niet in de handel mogen worden gebracht, conform de harmonisatie van het Europese geneesmiddelenrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vorderingen van Antroposana af, bevestigend dat antroposofische geneesmiddelen vergunningplichtig zijn volgens de richtlijn.