ECLI:NL:PHR:2008:BF1030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarde en peildatum voor verdeling voormalige echtelijke woning
Deze zaak betreft de verdeling van de algemene gemeenschap van goederen na echtscheiding, met een geschil over de waarde en peildatum van de voormalige echtelijke woning. De vrouw vorderde dat de waarde van de woning per 2 juni 1998 wordt vastgesteld op fl. 728.000,-, gebaseerd op een bindende taxatie en een akte van proces-verbaal van non-vereniging die door de man was ondertekend. De man verzette zich aanvankelijk tegen toedeling van de woning aan de vrouw, maar hield de waarde per 2 juni 1998 aan.
In latere processtukken stelde de man dat de peildatum 5 maart 2004 moest zijn, met een hogere waarde, en dat hij slechts met toedeling aan de vrouw zou instemmen tegen de actuele waarde. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat partijen reeds vóór het hoger beroep overeenstemming hadden bereikt over de peildatum en waarde, en dat de man daaraan gehouden was. Het hof wees ook op het ontbreken van feiten of omstandigheden die op grond van redelijkheid en billijkheid tot afwijking van deze overeenkomst zouden moeten leiden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man, stellende dat uit de processtukken blijkt dat de man niet heeft betwist dat hij instemde met de terugbetaling van huur en de waarde per 2 juni 1998. Ook was het oordeel van het hof dat de man zich niet op een andere peildatum mocht beroepen niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad achtte de redelijkheid en billijkheid niet geschonden, mede omdat de man de hypotheeklasten droeg en waardemutaties waren uitgesloten in de akte van non-vereniging. De conclusie van de Hoge Raad luidde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de waarde van de voormalige echtelijke woning per 2 juni 1998 fl. 728.000,- bedraagt en dat de man aan deze overeenkomst is gehouden.