ECLI:NL:PHR:2008:BF0271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering voor voorwaardelijk opzet bij poging tot moord
Op 22 augustus 2005 schoot verdachte te 's-Gravenhage twee keer met een semi-automatisch pistool in de richting van een persoon die voor hem wegrende. Het hof oordeelde dat verdachte gericht op het trottoir achter de aangever had geschoten en dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen, en veroordeelde hem tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord.
Verdachte verklaarde dat hij slechts wilde dreigen en dat het eerste schot schuin op het trottoir was gericht, terwijl het tweede schot in de lucht werd gelost. Forensisch onderzoek vond hulzen en een kogelfragment op de plaats van het incident. Het hof motiveerde dat de kans op dodelijk letsel aanmerkelijk was vanwege het terugkaatsen van de kogel op het harde trottoir.
De Hoge Raad stelt echter dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd, met name dat niet duidelijk is of daadwerkelijk in de richting van het slachtoffer is geschoten en of de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bewust is aanvaard. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat het enkele feit dat een gevaarlijke gedraging is verricht niet automatisch betekent dat voorwaardelijk opzet bewezen is.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking heeft op het bewezenverklaren van poging tot moord en de strafoplegging, en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering voor voorwaardelijk opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.