ECLI:NL:PHR:2008:BD7573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voortgezet verblijf bij alcoholverslaving zonder comorbiditeit
In deze zaak betrof het geschil een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van een betrokkene met alcoholafhankelijkheid. De rechtbank had de machtiging verleend na een second opinion waaruit bleek dat de betrokkene een gestoorde wilsfunctie en realiteitstoetsing heeft ten aanzien van zijn alcoholgebruik, waardoor gevaar voor zichzelf en derden ontstaat.
De betrokkene stelde in cassatie uitsluitend motiveringsklachten aan de orde over de stoornis, het gevaar en de afwezigheid van alternatieve behandelmogelijkheden. De Hoge Raad bevestigde dat alcoholverslaving alleen tot toepassing van de Wet Bopz kan leiden indien deze gepaard gaat met ernstige psychiatrische stoornissen die het denken, voelen en handelen zodanig beïnvloeden dat het gevaar niet aan betrokkene kan worden toegerekend.
De rechtbank had op basis van de second opinion en de geneeskundige verklaring geoordeeld dat de alcoholafhankelijkheid gepaard gaat met een zodanige gestoorde wilsfunctie dat het gevaar voor betrokkene en derden ernstig is. Ook was geoordeeld dat het gevaar niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, ondanks het standpunt van betrokkene dat ambulante hulp mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende en begrijpelijke motieven had gegeven voor haar oordeel en dat de motiveringsklachten falen. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf blijft van kracht.