ECLI:NL:PHR:2008:BD3422
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toewijzing echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen en proceskostenveroordeling
De vrouw en man zijn gehuwd sinds 1993 en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken en nevenvoorzieningen vast te stellen, waaronder de woonplaats van de kinderen bij haar. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en hield de behandeling van nevenvoorzieningen aan in afwachting van bemiddeling.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank en verzocht de echtscheiding aan te houden totdat de nevenvoorzieningen waren beslist. Het hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk, omdat zij zelf had verzocht de echtscheiding uit te spreken en geen bijzondere omstandigheden had gesteld om de processuele band tussen echtscheiding en nevenvoorzieningen te herstellen.
De vrouw stelde twee klachten in cassatie: tegen het oordeel van het hof over haar niet-ontvankelijkheid en tegen de proceskostenveroordeling. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep faalde omdat de vrouw geen onjuiste rechtsopvatting aannemelijk had gemaakt en dat het hof terecht de vrouw in de proceskosten van de man had veroordeeld wegens misbruik van procesrecht. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en haar niet-ontvankelijkheid in hoger beroep en proceskostenveroordeling worden bevestigd.