ECLI:NL:PHR:2008:BD1396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid testament en verdeling nalatenschap met betwisting koopovereenkomst woning
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van een testament en de verdeling van de nalatenschap van een overledene, waarbij de eiseres de benoeming van een derde tot erfgenaam betwist en de koopovereenkomst van de woning aan die derde niet erkent.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het testament authentiek is en dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij de waarde van de woning werd vastgesteld. De eiseres werd veroordeeld mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap volgens het voorstel van de notaris.
In cassatie betoogde de eiseres onder meer dat de handtekening onder het testament niet van de overledene was en dat de koopprijs van de woning onjuist was vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen tegenbewijs toeliet tegen de echtheid van het testament en dat de koopovereenkomst voldoende was vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van alle deelgenoten in de procedure geen beletsel vormde voor de veroordeling tot medewerking aan de verdeling.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de uitspraak van het hof stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld tot medewerking aan de verdeling van de nalatenschap volgens het voorstel van de notaris.