ECLI:NL:PHR:2008:BC8978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming tot erkenning kind zonder vereiste family life toegestaan
In deze zaak verzocht de biologische vader vervangende toestemming tot erkenning van zijn dochter, omdat de moeder haar toestemming weigerde. De dochter verblijft bij de moeder die het eenhoofdig gezag uitoefent. De rechtbank verleende de vervangende toestemming en het hof bekrachtigde dit besluit. De moeder stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad overwoog dat erkenning een familierechtelijke betrekking schept en dat zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder een erkenning nietig is, tenzij de rechtbank vervangende toestemming verleent. Deze toestemming kan worden gegeven indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet schaadt en de man de biologische vader is.
De moeder voerde aan dat de man geen recht op erkenning heeft zonder dat er sprake is van family life, oftewel een feitelijke gezinsband, en dat de erkenning de ongestoorde verhouding zou schaden. De Hoge Raad verwierp dit argument en stelde dat sinds de wetswijziging van 1998 het hebben van family life geen voorwaarde is voor vervangende toestemming. Het hof had een belangenafweging gemaakt en geoordeeld dat noch het belang van het kind noch dat van de moeder door erkenning wordt geschaad.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof een juiste maatstaf heeft gehanteerd, waarbij ook art. 8 EVRM Pro en art. 8 IVRK Pro zijn betrokken. De belangenafweging is een waardering van feiten die in cassatie niet kan worden herzien. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de vervangende toestemming tot erkenning door de vader blijft geldig.