ECLI:NL:PHR:2008:BC5961
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid opzettelijke beïnvloeding getuige volgens art. 285a Sr
In deze zaak stond de interpretatie van art. 285a Sr centraal, die strafbaar stelt het opzettelijk beïnvloeden van een persoon om diens vrijheid om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen te beperken. De verdachte en zijn medeverdachte hadden herhaaldelijk geprobeerd een getuige, die tegen hen had verklaard, te benaderen en te intimideren, ondanks diens duidelijke weigering tot contact.
Het hof had bewezen verklaard dat deze gedragingen, waaronder telefonisch en persoonlijk benaderen en dreigende opmerkingen, gericht waren op het beïnvloeden van de getuige. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf. In cassatie voerde de verdediging aan dat het opzet ontbrak en dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad overwoog dat het bestanddeel 'opzettelijk' inhoudt dat het opzet mede gericht moet zijn op beïnvloeding, wat ook uit gedragingen en omstandigheden kan worden afgeleid. Verder is geen bedreigend karakter vereist; ook ontmoediging of aanmoediging kan strafbaar zijn. Het hof had terecht geoordeeld dat de gedragingen van verdachte en medeverdachte een opzettelijke beïnvloeding inhielden.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de strafbaarheid van dergelijke gedragingen onder art. 285a Sr. De uitspraak benadrukt dat het beschermde rechtsgoed de verklaringsvrijheid is, niet de waarheidsgetrouwheid van de verklaring. De strafbepaling beoogt het voorkomen van intimidatie en ongeoorloofde beïnvloeding van getuigen in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor opzettelijke beïnvloeding van een getuige en kreeg een taakstraf opgelegd.